Voedingstherapie

‘Maak van uw voeding uw medicijn’ is een beroemde uitspraak van Hippocrates om het belang van gezonde voeding aan te tonen. Voeding is fundamenteel en behoort tot de basisfuncties van het leven. Voedingstherapie is één van de meest efficiënte therapieën, het brengt op relatief korte tijd verbetering op somatisch en psychisch niveau.


De bio-energetische voedingsleer sluit nauw aan bij de opvattingen van de natuurgeneeskunde. Voeding is een deel van de natuur en dient zo natuurlijk mogelijk gegeten te worden. Dit illustreert hoe de mens deel uitmaakt van de natuur en er voor zijn voeding van afhankelijk is. Voeding is een stuk natuur dat omgezet wordt in voedingstoffen om energie te leveren.


De bio-energetische voedingsleer steunt op een aantal belangrijke principes:

Eén van die principes is het zuur-base evenwicht. Het menselijk lichaam is een bio-energetisch systeem dat steeds op zoek is naar evenwicht. Dit fysiek evenwicht noemt men homeostase. Door een goed zuur-base evenwicht in de voeding toe te passen, wordt verzuring van de weefsels voorkomen.


Een ander belangrijk principe is dat van de juiste voedselcombinaties. Dit houdt in dat eiwitten en koolhydraten gescheiden dienen te worden. De pancreas is maar in staat om één verteringsenzym tegelijk af te scheiden. Indien eiwitten en koolhydraten samen worden gegeten, komt de voeding onvoldoende verteerd in de darmen. Eiwitten beginnen te rotten, en koolhydraten beginnen te gisten in de darmen. Dit kan leiden tot darmproblemen, winderigheid, diarree, constipatie…


De synergetische werking van een voedingsmiddel is het derde principe. In de voedingstherapie wordt altijd de voorkeur gegeven aan voedingsmiddelen en niet aan voedingsproducten. In een voedingsmiddel horen alle componenten samen, de ene stof ondersteunt de andere. Voedingsmiddelen zijn ook niet bewerkt in tegenstelling tot voedingsproducten.


Het laatste beginsel is het bio-energetisch aspect dat door middel van fotosynthese tot stand komt. Een plant bezit het vermogen om licht op te vangen en om te zetten in chemische energie. Anderzijds haalt de plant water, mineralen en stikstof uit de grond. Het aantal biofotonen (lichteenheden) bepaalt de kwaliteit van een voedingsmiddel. Naast deze biofotonenmetingen zijn andere onderzoekers erin geslaagd om langs energetische weg een verband aan te tonen tussen een voedingsmiddel en een orgaan. Organen stemmen overeen met bepaalde frequenties binnen het elektromagnetisch spectrum. Energie plant zich voort als golven. Een golf kent een golflengte en een frequentie, maar ze is ook opgebouwd uit een amplitude. Als een voedingsmiddel een hoge bio-energetische waarde heeft op een bepaald orgaan, dan betekent dit dat op de overeenstemmende golflengte/frequentie er een hoge amplitude is. Als een orgaan ziek is, moet de energie versterkt worden op de frequentie van het zieke orgaan. Voedingsmiddelen met een hoge bio-energetische waarde hebben een hoge amplitude op dezelfde frequentie. Dit zal de lage amplitude van het orgaan verhogen zodat de verstoorde energie zich kan normaliseren.


Uit bovenstaande kan ik niets anders concluderen dat gezonde voeding erg belangrijk is om onze gezondheid zowel te handhaven (ter preventie), als om therapeutisch in te schakelen om een ziekte te behandelen.

Equivida - Gerard Le Grellelaan 10, 2020 Antwerpen - nathalie@equivida.be - 0468/22.53.62 - BTW 0673.881.368