Zuur-base evenwicht

Door een goed zuur-base evenwicht in de voeding toe te passen, wordt verzuring van de weefsels voorkomen.


Wat is verzuring?

Verzuring is een specifieke vorm van vervuiling, vergiftiging van het lichaam. Tijdens de stofwisseling ontstaan grote hoeveelheden afvalstoffen die in het lichaam achterblijven en een zuuroverschot vertonen. Zij verlagen de zuurgraad van het bloed wat verzuring of acidose met zich meebrengt.

Het organisme doet enorme inspanningen om te voorkomen dat het bloed verzuurt. De zuurgraad van het bloed is aan nauwe grenzen gebonden. Bij een lichte verzuring van het bloed, kan de dood al intreden. Om dit te voorkomen zijn er veiligheidsmechanismen ingebouwd (buffersystemen in het bloed, longen en nieren). Het menselijk lichaam is een bio-energetisch systeem dat steeds op zoek is naar evenwicht. Dit fysiek evenwicht noemt men homeostase.


Door het feit dat er te weinig rekening wordt gehouden bij het samenstellen van een maaltijd, wordt het zuur-base evenwicht zwaar belast en is het lichaam verplicht om alkalisch materiaal, zoals mineralen, uit het lichaam te roven (denk aan reuma!).

Bovendien stapelt zuur zich op in de weefsels (bindweefsel, vetweefsel en botweefsel) in afwachting dat het geneutraliseerd/ontgift (door de lever) of uitgescheiden wordt (door darmen, nieren, longen en huid).

Als de aanvoer van verzurende voeding groter is dan de capaciteit om te ontzuren, dan treedt verzuring op.


De zuurgraad

De zuurgraad wordt uitgedrukt met behulp van een pH-waarde. Hoe meer zuur, hoe lager de pH-waarde. Hoe meer base, hoe hoger de pH-waarde.

Zuurgraad van de lichaamsvochten:

  • Bloed: 7,4 pH
  • Maagsap: 1,2 à 3,0
  • Darmsap (duodenum): 6,5 à 7,6
  • Darmsap (colon): 7,9 à 8,0
  • Speeksel: 7,0 à 7,1
  • Urine: 4,5 à 8,0
  • Gal: 6,2 à 8,5
  • Vaginaal vocht: 4,0 à 4,7


Stofwisseling

Doorslaggevend bij het zuur-base evenwicht zijn de mineralen.

Metalen* (mineralen) zetten zich tijdens de stofwisseling (vertering) om in base.

Niet-metalen** zetten zich om in zuur.

Eiwitarme voedingsmiddelen hebben een overschot aan metalen en reageren daardoor basisch of alkalisch.

Eiwitrijke voedingsmiddelen hebben een overschot aan niet-metalen en zorgen voor verzuring.

* Metalen = kalium, calcium, magnesium, natrium, ijzer en zink.

** Niet-metalen = zwavel (vlees, vis, melk, eieren, ui, look), fosfor (melk, vis, vlees, peulvruchten en volkoren producten) en chloor (zout).


Vrije zuren vs. gebonden zuren

Vrije zuren zijn zuursmakende voedingsmiddelen, en hebben een ontzurende werking. Hoe zuurder het smaakt, hoe meer het zal ontzuren. Deze zuren zijn niet gebonden, maar komen meteen vrij. Men proeft in de mond de zure smaak.

  • Vrije zuren stabiliseren de suikers om gisting te voorkomen.
  • Het zijn natuurlijke bewaringsmiddelen en zorgen voor een lange houdbaarheid van de voedingsmiddelen.
  • Zorgen voor het herstel van het bacterieel evenwicht in de mond, slokdarm, maag en darmen.


Gebonden zuren zijn stofwisselingszuren, zuren die vrijkomen tijdens de stofwisseling/vertering. Gebonden zuren zijn aan andere stoffen gebonden. Voeding met een zuuroverschot. Deze zuren die verantwoordelijk zijn voor de verzuring.


Kenmerken van voedingsmiddelen met een zuuroverschot

  • Rijk aan eiwit en hebben daardoor een overschot aan niet-metalen en reageren in het lichaam zuurvormend.
  • Plantaardige eiwitrijke voedingsmiddelen bevatten weinig water.
  • Ze zijn zwaar verteerbaar.
  • Hebben een hoge calorische waarde.
  • Ze moeten niet vermeden worden, we hebben ze echter in kleine hoeveelheden nodig tegenover de voedingsmiddelen met een base overschot.

Vb. noten, zaden, pitten, peulvruchten, granen, kaas, vlees, vis, zeevruchten.


Kenmerken van voedingsmiddelen met een basenoverschot

  • Arm aan eiwit en daardoor rijk aan metalen. Ze hebben een basen overschot.
  • Ze bevatten veel water.
  • Hebben een lage calorische waarde.
  • Ze zijn meestal volumineus van vorm en zacht van structuur.
  • Licht verteerbaar. We moeten er meer van eten om verzadigd te geraken.

Vb. fruit, bessen, watervruchten, bladgroenten, wortel- en knolgewassen, bolgewassen, karnemelk, room, yoghurt.


Bevat een voedingsmiddel meer metalen dan niet-metalen, dan heeft het een basenoverschot. Bevat het meer niet-metalen dan metalen, dan heeft het voedingsmiddel een zuuroverschot.


Oxaalzuur, fytinezuur en purine

Naast de aanwezigheid van metalen en niet-metalen zijn er nog enkele factoren die een invloed hebben op het verstoren van het zuur-base evenwicht:

  • Oxaalzuur: gaat een binding aan met calcium, één van de belangrijkste metalen. Door het feit dat calcium niet wordt opgenomen, verliest een dergelijk voedingsmiddel veel van zijn basen. Oxaalzuur komt zowel voor in voedingsmiddelen met een zuur als met een base overschot. Komt vooral voor in zwarte chocolade, spinazie en rabarber.
  • Fytinezuur: gaat een binding aan met calcium, magnesium, ijzer en zink. Dit zijn 4 belangrijke metalen. Fytinezuur komt vooral voor in volle granen. Bruinbrood bevat aanzienlijk minder fytinezuur dan volkoren- en meergranenbrood. Zuurdesembrood is een gezond alternatief. Speltbrood is ook een optie, omdat spelt 40% minder fytinezuur bevat dan tarwe. Rijstwafels kunnen ook een optie zijn.
  • Purine: zet zich om in urinezuur en veroorzaakt reuma/jicht. Urinezuur is een product dat ontstaat door afbraak van purine. Purine is een eindproduct dat ontstaat door afbraak van eiwitten. Purine komt vooral voor in vlees en vis.


Oorzaken die verzuring nog verergeren naast verkeerde voeding

  • Darmgisting (door koolhydraten) of rotting (door eiwitten).
  • Hoog alcoholgebruik.
  • Onregelmatig eten, vooral eten tijdens de nacht.
  • Nierklachten.
  • Suikerziekte of andere stofwisselingsziekte.
  • Stress.
  • Negatieve emoties.
  • Gebrek aan slaap.


Voedingsmiddelen met een ontzurende werking

Pompoen, augurk, komkommer, aardappel, rode paprika, tomaat, selderstelen, witte kool, knolselder, witlof, aardpeer, amandelmelk, karnemelk, sinaasappel, banaan, appel, citroen, rode bessen, framboos, kaki.

  • Sterk zuurvormend voedsel: vlees, vis, gevogelte, wild, ei, soja (producten). Zuurvormend voedsel: peulvruchten, pinda, granen, kaas.
  • Neutraal voedsel: noten, zaden, roomboter, kwark, olie.
  • Basenvormend voedsel: karnemelk, yoghurt.
  • Sterk basenvormend voedsel: groenten, fruit, aardappelen.


Equivida - Gerard Le Grellelaan 10, 2020 Antwerpen - nathalie@equivida.be - 0468/22.53.62 - BTW 0673.881.368